Zo test je de grondsoort in jouw tuin
15 januari 2022 

Zo test je de grondsoort in jouw tuin

Grondsoort testen

Veel mensen weten wel ongeveer welke grondsoort ze in hun tuin hebben. Meestal is het klei- of zandgrond. Maar of er in jouw kleigrond ook wat zand zit, of in jouw zandgrond ook een percentage leem? Dat weten de meeste mensen niet. Gelukkig is er een heel gemakkelijk testje om dit uit te vinden.

Het bodemonderzoekje

Dit heb je nodig:

  • Glazen pot met deksel (minimaal 1 liter inhoud)
  • Emmer
  • Schepje
  • Theelepel
  • Afwasmiddel
  • Water

Uitvoering

  • Graaf 2 cm van de bovenkant van je bodem weg. Deze wil je niet gebruiken in de test omdat hier te veel organisch materiaal in zit.
  • Neem dan 2 flinke scheppen grond en doe ze in de emmer.
  • Herhaal deze stappen op minimaal 4 anderen plekken in je tuin.
  • Je hebt nu op 5 verschillende plekken bodemmonsters genomen.
  • Meng de bodemmonsters in je emmer goed door elkaar.
  • Neem dan je glazen pot erbij en vul deze tot ongeveer de helft met je bodemmonster.
  • Vul de andere helft van de pot met water.
  • Voeg daarna nog 1 eetlepel wasmiddel toe aan de pot. Deze zorgt ervoor dat de bodemdeeltjes goed los komen van elkaar.
  • Sluit de pot af en schud hem 2 minuten flink.
  • Zet de pot op stil weg en wacht 24 tot 48 uur totdat alle deeltjes naar de bodem gezonken zijn.

In deze test kun je de verschillende deeltjes in je bodem waar gaan nemen. Zandkorrels zijn het grootst en dus het zwaarst. Deze zullen in de eerste 15 minuten al naar de bodem zinken en liggen dus onderaan in de pot. De leem-deeltjes zijn wat kleiner en lichter en deze zullen in de volgende 2 uur naar de bodem zinken en landen op het zand. Als laatste zinken de klei-deeltjes. De klei-deeltjes zijn heel fijn en kunnen er wel tot 48 uur over doen om naar de bodem te zinken. Deze landen bovenop de leem-deeltjes en zo kun je een mooie dwarsdoorsnede van je bodem waarnemen in de pot.

Met een meetlat kun je daarna nog de percentages uitrekenen als je dat zou willen. Je meet de volledige hoogte van de bodem. Daarna meet je de individuele lagen.

Rekenvoorbeeld

Stel de volledige hoogte van alle samples is 10 cm. Klei 2 cm, leem 3 cm en zand 5 cm. Deel dan de hoogtes van de individuele lagen door de volledige hoogte en doe dit maal honderd. Op deze manier krijg je de percentages van de bodem.

  • Klei 2 cm / volledige hoogte 10 cm = 0,2 x 100 = 20%
  • Leem 3 cm / volledige hoogte 10 cm = 0,3 x 100 = 30%
  • Zand 5 cm / volledige hoogte 10 cm = 0,5 x 100 = 50%

Jars Moestuin Advies


Op deze manier weet je de precieze percentages en kun je in de afbeelding hierboven vinden of je klei, leem of zandgrond hebt.

Over de schrijver
Reactie plaatsen