Wat je kan leren van ‘The biggest little farm’
18 november 2022 

Wat je kan leren van ‘The biggest little farm’

Zeker eens in de maand krijgen wij de vraag “Hebben jullie ‘The biggest little farm’ eigenlijk al gezien?” Waarop Merel en ik denken “Ja natuurlijk hebben wij die gezien”. Sterker nog, Merel en ik hebben de premiere in de bioscoop gezien. Merel had toen nog veel last van haar chronische pijn en we zijn zelfs naar een lig bioscoop gegaan omdat ze niet zo lang kon zitten. Dat laat wel zien hoe benieuwd we naar deze film waren!

Het is natuurlijk een geweldige film. Prachtige beelden die hoop geven en inspireren. Iedereen kan zijn eigen paradijs kan creëren! Hoe groot of klein je tuin dan ook is. Maar… natuurlijk is er een maar.

De film is super populair en er wordt gebruik gemaakt van handige natuurlijke methodes om plagen en ziektes te bestrijden die op hele grote schaal goed werken. Maar als je er even goed over nadenkt dan kom je al snel tot de conclusie dat het in een kleine tuin allemaal net wat meer haken en ogen heeft.

Je hoort nu vaak de tip dat loopeenden tegen slakken helpen. Maar bijna niemand die de tip geeft heeft zelf daadwerkelijk van die eenden gehad… het komt allemaal uit de film. En dat loopeenden slakken eten is geen Hollywood verzinsel hoor, dat is gewoon waar. Maar hoe praktisch het nou precies is om je slakkenplaag te laten aanpakken door loopeenden? Ik ga je er wat over uitleggen.

Loopeenden inzetten tegen slakken werkt. Dat is duidelijk. Maar ik ken eigenlijk niemand die zo veel last van slakken heeft dat ik loopeenden zou aanraden. De loopeenden in ‘The biggest little farm’ werden ingezet in een mega grote boomgaard. Ze richten geen schade aan aan bomen, eten de slakken en wanneer de slakken op zijn, dan eten ze het gras onder de bomen. In de film waren er duizenden slakken te eten. Hoeveel slakken heb jij in je tuin? Tientallen, misschien een paar honderd als het echt uit de hand loopt? Één loopeend eet tientallen slakken per dag en loopeenden houd je altijd in groepen of in ieder geval houd je er 2. Twee eenden zijn voldoende om een goede 1000 m2 tuin slakvrij te houden. Dus twee eenden die tientallen slakken per dag eten en je slakkenprobleem is vrij snel verholpen. Maar dan ontstaat het volgende probleem. Als het overgrote deel van de slakken is opgegeten zullen er weinig nieuwe slakken meer geboren worden. Dus je slakkenprobleem is opgelost maar nu hebben je eenden honger. Loopeenden kan je namelijk niet uitzetten als de slakken op zijn. Dus er moet voer gekocht worden. Niet heel erg maar sommige mensen denken dat die eenden alleen op slakken zullen leven.

Loopeenden

Maar er zijn meer nadelen aan loopeenden. Zoals ieder ander levend wezen poepen de eenden. Grote groene klodders die als blubber op de grond vallen en niet echt fijn zijn om in te gaan staan. Ze poepen door de hele tuin terwijl ze lopen. De poep kan dus overal terug te vinden zijn. In de avond poepen ze vooral op 1 locatie. Dat wordt dan een grote stinkende bende. Dus daar moet je een oplossing voor vinden. Ze worden ook erg blij van water, het is dus aan te raden een vijver of grote bak neer te zetten waarin ze kunnen zwemmen en zichzelf kunnen wassen. Maar ook kunnen poepen. Want eenden en ganzen doen niets liever dan poepen terwijl ze zwemmen. In ‘The biggest little farm’ poepten ze zelfs zo veel dat de vissen dood gingen in de vijver. Maar dat gedeelte van de film vergeten de meeste mensen voor het gemak even als ze een vijver graven voor hun eenden. Een grote bak met water waar ze in kunnen zwemmen is dan makkelijker schoon te houden maar brengt het klusje van iedere dag de bak schoonmaken en voorzien van nieuw water met zich mee. Dat kost stiekem best veel tijd die je ook in de moestuin bezig kon zijn.

Loopeenden zijn ook niet bepaald de stilste dieren. Als de buren een kraaiende haan vervelend vinden dan denk ik dat ze ook niet echt blij worden van kwakende loopeenden. Ze kwaken namelijk de hele dag door. Als het er 1 of 2 zijn is het nog wel schattig maar hoe meer eenden hoe irritanter het gekwaak wordt. Zeker als de eenden honger hebben kunnen ze gaan kwaken en echt roepen om eten. En die slakken waren al vrij snel op…dus dan moet je toch ’s ochtendsvroeg maar uit bed om ze zelf eten te geven.

En misschien het aller lastigste van de loopeenden is dat ze niet alleen graag slakken eten maar ook groen. Ze eten gras, maar een lekkere krop sla of een ander hapje uit de moestuin slaan ze niet over, zeker niet als al die slakken op zijn. Dan moet je de eenden weer uit de moestuin houden anders eten niet de slakken maar de eenden je groentes op.

Nou denk je misschien. Die eenden, ik zie er vanaf. Maar is het dan geen goed idee om een soort leeneend te nemen? Een tijdelijke eend die de slakken opeet en als de slakken weg zijn dan gaat de eend naar de volgende door slakken geterroriseerde tuin. Nou, dat werkt ook niet helemaal. De loopeenden eten namelijk ook de natuurlijke vijanden van de slakken op. Dus als de eenden en de natuurlijke vijanden van de slakken zijn verdwenen dan nemen soms de aantallen slakken zo snel toe dat je met meer slakken eindigt dan toen je aan de loopeenden begon. Ook laat een loopeend de wormen en ander groter bodemleven niet ongemoeid. Wij zijn helemaal blij met onze regenwormen die de bodem lekker losmaken ….. eten die eenden ze weer op.

Al met al zijn de eenden misschien dus nog wel meer werk dan wanneer je zelf op slakkenjacht gaat. Vandaar dat je mij nooit de tip zal horen geven dat loopeenden werken tegen slakken voor mensen met een normale moestuin. Het werkt, maar het kost ook veel tijd om alles in goede banen te leiden. Dus niet alles wat je in een film ziet of als tip krijg kan je zomaar één op één overnemen in je eigen tuin. Iedere tuin en bodem is anders en daar moet je dus rekening mee houden.

Over de schrijver
Hallo! Ik ben een beetje de moestuin nerd van ons drieën. In november 2020 ben ik gestart met het Instagram account @moestuin.advies. Daar deel ik mijn kennis over moestuinieren en probeer ik mensen te inspireren om ook te starten met een moestuin. Door de jaren heen heb ik mezelf veel aangeleerd op het gebied van moestuinen, permacultuur, voedselbossen, techniek en koken. School was nooit echt mijn ding, maar boeken, YouTube, met experts spreken en zelf veel experimenteren des te meer.
Reactie plaatsen